Annemie Struyf : Biografie

Geplaatst op dinsdag 07 oktober 2008 @ 14:51 , 825 keer bekeken

Annemie Struyf (geb 1961), journaliste : Interview: Miet Sourbron

Wij woonden in Duitsland, zo'n klassiek Vlaams, katholiek gezin. Mijn vader was beroepsmilitair, mijn moeder huismoeder en we hebben allemaal onze communie gedaan. Het leger had zijn eigen gemeenschap. We waren één grote familie. Alle vaders waren collega's, alle vrouwen buren en vriendinnen en alle kinderen zaten op dezelfde school. Het waren heel gelukkige jaren. Het enige nadeel was dat we bijna elk jaar verhuisden. Ik herinner me dat we iedere keer heel hard huilden als we onze vriendjes achter moesten laten, maar na enkele dagen hadden we er alweer nieuwe.

We zijn uit Duitsland weggegaan toen ik aan mijn middelbare school begon. Ik denk soms dat ik daarom zo makkelijk verre reizen maak. Mijn vroege jeugd was één grote reis.

Ik heb pedagogie gestudeerd omdat ik op kot wilde en ze die richting in Antwerpen niet hadden. Ik zou het nooit opnieuw doen. Ik vond het ronduit saai. Daarna ben ik op de unief blijven plakken en heb ik vooral wetenschappelijk onderzoek gedaan. Schrijven is daar een groot onderdeel van, maar het frustreerde me dat ik het academisch jargon moest gebruiken. Ik kon niet schrijven hoe ik wilde.

Mijn leven is een andere richting uitgegaan toen ik Lut Celie leerde kennen. Ze deed aan palliatieve begeleiding van kankerpatiëntjes. Ik vond haar verhalen zo ontroerend en mooi, dat ik besloot samen met haar die kinderen te volgen en er een boek over te schrijven ('Het kleine sterven' nvdr). Terwijl ik daarmee bezig was, wist ik, dit wil ik doen. Het voelde aan als thuiskomen. Ik was 36 jaar en ik begon aan een nieuwe carrière.

Nu ben ik schrijver/tv-maker. Ik heb reisreportages met Lieve (Blancquaert, fotografe) gemaakt, boeken geschreven, ik leer nu het medium tv kennen, ik leer denken als een cameraman, ik leer wat montagewerk is.

Werken met beelden is anders dan werken met woorden. De eerste keer dat ik de beperking van taal echt voelde, was in Afghanistan. Lieve en ik waren met heel veel moeite in de vrouwengevangenis van Kaboel geraakt. Wat we daar zagen, was zo confronterend. Die kracht kon ik nooit oproepen in een beschrijving, dat moest je zien.

Voor ons boek 'Mijn status is positief' hebben Lieve en ik  de aidsproblematiek in Kenia willen portretteren. Zoals veel mensen weten, heb ik Hope (nu 2,5 jaar) daar ontmoet en later geadopteerd. Ze was een weeskind, 14 maanden oud en hartveroverend toen we haar leerden kennen. Onze gids Achieng had zich over haar ontfermd. Hope's moeder was twee dagen na de bevalling gestorven, haar vader wilde haar niet.  Omdat ik Hopes eigen kleine geschiedenis voor haar wilde bewaren en zoveel mogelijk antwoorden wilde op vragen die ze over haar afkomst zal hebben als ze ouder is, heb ik geprobeerd haar korte leven in Kenia in kaart te brengen. Het moest nu, want over vijftien jaar zou wellicht iedereen die me daarbij kon helpen, gestorven zijn. Maar ik wilde ook een antwoord vinden op een grotere vraag: "Welk lot wachtte Hope als zij als één van de dertien (!) miljoen weeskinderen in Afrika was achtergebleven?"

Ik heb het idee aan Woestijnvis voorgesteld en ze hebben me laten gaan. Het was heel spannend omdat ik geen vast scenario had. Het had net zo goed gekund dat ik met lege handen was teruggekomen. Maar ik heb juist ontzettend veel dingen ontdekt. We hebben de vroedvrouw gevonden die Hope ter wereld heeft gebracht. Heel toevallig. Ik vroeg haar welke bevalling haar vooral was bijgebleven en ze beschreef de geboorte van mijn dochter. Dat was zo puur en authentiek, dat kun je gewoon niet bedenken. De volgende dag hebben we een geboorte met die vroedvrouw meegemaakt. Het kindje heet Annemieke. (lacht) Echt.

Er is weinig verschil tussen Annemie de persoon en Annemie de journalist. Een goed interview is voor mij geen kwestie van een lijstje met goede vragen. Je moet iemand raken, je moet openstaan voor de ander, betrokken zijn. Je krijgt maar wat je geeft. Ik ben zelfs zo ver gegaan dat ik een kind uit Kenia heb geadopteerd terwijl ik daar als journaliste voor een reportage was. Dat is ver de professionele grens over.

Toch denk ik dat het ook een kwaliteit is om op een heel persoonlijke manier het verhaal van mensen te brengen. Het is in elk geval de enige manier waarop ik het kan en wil doen. Ik zou geen nieuwsjournalist kunnen zijn.

Door te reizen, heb ik geleerd te relativeren. Het is toch hooghartig om ermee te koop te lopen hoeveel beter wij het doen ten opzichte van andere volkeren als je ziet hoeveel kansen wij krijgen en hoe weinig zij? Is het onze eigen keuze dat wij niet op ons tiende in de prostitiutie beland zijn of geen aids hebben? Natuurlijk niet, we hebben gewoon het geluk om hier geboren te zijn, en niet daar.

Tegelijk besef ik hoe langer hoe meer hoe ver culturen uit elkaar liggen en hoe groot de kloof tussen ons is. Afrika gaat aan aids ten onder door tradities die wij niet kennen of begrijpen. Wij staan daar het condoom te promoten maar daar bereik je weinig mee. Zeer weinig zwarte mannen zijn bereid een condoom te gebruiken. Seks is een enorm taboe. Er wordt niet over gesproken. Zelfs gehuwde mannen en vrouwen zien elkaar zelden of nooit naakt. Vrijen gebeurt raprap. Polygamie is vaak de regel. Er zijn allerlei rituelen waarbij meisjes en weduwen op allerlei momenten gezuiverd moeten worden - lees: gepenetreerd door een zuiveraar die iedere avond met een ander vrouw in bed kruipt.

Ik dacht na Afghanistan: je kan het als vrouw nergens slechter hebben, maar Afrika is in zekere zin nog erger. De moslimcultuur biedt op een perverse manier nog bescherming aan jonge meisjes, maar in Afrika zijn vrouwen gebruiksvoorwerpen. Meisje lopen elke dag het gevaar verkracht te worden, de mannen worden er toch niet voor gestraft. En het geloof dat je door seks met een maagd van aids geneest, is een gigantisch probleem.

We hebben gezien hoe in een kliniek in Mombasa elke dag opnieuw verkrachte kinderen binnenkomen - kleuters, baby's. Als dat bij ons zou gebeuren, stond het land op stelten.

Ik werk hard en veel. Mijn kinderen moeten mij dikwijls missen. En dat wil ik alleen doen voor verhalen die de moeite waard zijn. Het moet over iets gaan, anders steek ik er geen energie in. Ik geloof heel sterk dat elke mens zijn eigen verantwoordelijkheid heeft en iets kan doen, hoe klein de bijdrage ook.

Ik ben een werkende moeder, maar ik heb gelukkig een man die vanaf vier uur thuis is en de kinderen opvangt. Dus, wat is het probleem? Als het omgekeerd was, stelde niemand zich daar vragen over. Door Luc kan ik doen wat ik doe en daar waardeer ik hem om.

Mijn werk is ontzettend belangrijk. Ik doe dat met hart en ziel. Thuis moet het ook goed gaan. Dat zijn mijn prioriteiten. Ik verwaarloos mijn vrienden. Mijn sociale leven schiet erop in. Ik kan niet meespreken over de nieuwste films of het laatste toneelstuk.

Nochtans zijn mensen belangrijk voor mij. Ik heb een heel goede relatie met mijn twee zussen en mijn broer, en ik heb een paar heel goede vriendinnen en vrienden. De grote vriendenkring van vroeger is geslonken tot de essentie, de mensen op wie je terugvalt als het ertoe doet.

Hoe ouder ik word, hoe meer ik terugplooi op mijn vader, broer en zussen. Dat keerpunt is bij mij heel erg gekomen toen mijn moeder vijf jaar geleden overleed. Het was frappant hoe dat net zich toen sloot, hoe intensief we elkaar opzochten. Voor onze moeder ziek werd, zeiden we vaak tegen elkaar: ''t Is te hopen dat zij niet als eerste sterft, want zij houdt ons samen.' Toen het toch gebeurde, vormde zich vanzelf een nieuw mechanisme dat ons samenhield. We hadden elkaar nodig, onze vader had ons nodig.

Vorig jaar zijn we met ons gezin, mijn vader en wij, de kinderen, naar Duitsland gegaan. Daar werkelijk te zijn, de plekken uit onze jeugd terug op te zoeken, de verhalen van elkaar te horen, dat heeft onze band nog meer verdiept.

Ik heb mensen verloren en ik verlies er nu. Een hele goede vriendin is terminaal ziek. Het is verschrikkelijk als er iemand wegvalt van wie je houdt. Het enige waar je op kan rekenen, is tijd. Alleen tijd maakt de intensiteit van verdriet minder. En relativering. Uiteindelijk was ik veertig jaar toen mijn moeder stierf, in Afrika leven dertien miljoen kinderen zonder ouders. Ik heb daar een meisje van elf ontmoet dat voor haar twee broertjes zorgt. Dat is koken-etentje en vadertje en moedertje spelen, maar dan echt. Daar straalt zo'n tristesse van uit, en zo'n hardheid, dat kennen wij hier niet.

Ik ben lang naïef gebleven, ik ben heel beschermd opgevoed, ik heb pas geleerd heel gelukkig te zijn met wat ik heb, door te reizen. De confrontatie met de rauwe werkelijkheid, amai, daar ben ik van wakkergeschoten, hoor. Als ik bedenk hoe vaak ik geklaagd heb terwijl andere mensen geen enkele kans krijgen om iets van hun leven te maken. Komaan zeg, ik zou van de daken willen schreeuwen hoe ongelooflijk goed we het hebben. Er is echt geen betere plek dan hier.

Ik heb altijd geloofd in opvoeding, in de invloed van je ouders en je milieu. Maar het laatste jaar, nu we Hope in ons gezin hebben, besef ik hoeveel van je persoonlijkheid al in je zit. Ik zie het ook aan mijn eigen kinderen, er bestaan geen vier meer verschillende karakters dan zij.

Hope is de felste, de levendigste. Ze was stervende toen Achieng haar als pasgeborene vond. Ik ben ervan overtuigd dat ze iets had waardoor Achieng zich tot haar aangetrokken voelde. Hetzelfde is mij (en Lieve) overkomen. Ik was 43 en ik was ervan overtuigd dat ik genoeg had aan mijn vier kinderen. Soms had ik zelfs nachtmerries dat ik zwanger was. En toch. Voor Hope wilden Lieve en ik zorgen. Ik denk dat die beslissing heel veel met de kracht van Hope zelf te maken had. Andere kinderen zouden het opgegeven hebben. Zij niet.

Ze is ontzettend slim, een echte charmeur. Iedereen legt haar in de watten en ze draait iedereen rond haar vinger. En ze heeft een heel sterk karakter. Daarom is het goed dat ze in een groot gezin terecht is gekomen, want als enig kind zou echt alles naar haar hand zetten. Bij ons kan dat gewoonweg niet. De koek moet verdeeld worden. Ze is nu bijna anderhalf jaar bij ons, een klein Vlaams meisje met een zwart velleke. We kunnen ons een leven zonder haar niet meer voorstellen. We zien zelfs niet meer dat ze zwart is, dat is heel raar.

Vroeger was mijn man Luc de strenge ouder, ik zag meer door de vingers. Nu is het omgekeerd. Dat vind ik wel grappig om te zien, hoe zelfs die dingen nog kunnen veranderen. Het heeft met ouder worden te maken, maar ook met Hope. Zij weet precies wat ze moet doen om Luc voor zich te winnen. Het is echt een aandoenlijk plaatje, die twee.

Achteraf denk ik toch, hoe wij dat toen hebben gedurfd! We hebben ons hele leven omver gegooid in een emotionele roes. Ik sms'te vanuit Kenia: 'Schatje, ik zou een kindje willen adopteren' en hij sms'te terug: 'Schatje, kunnen we daar toch niet eens over telefoneren?' Maar ik had geen bereik. Dus sms'te hij later opnieuw met de boodschap dat hij en de kinderen akkoord gingen.

Ik ben voor Lucs mooie, warme stem gevallen. Hij is bariton in een koor. En voor zijn prachtige handen. Die twee dingen vielen mij als eerste op.

Luc vult mij perfect aan. Hij is de rustige, stabiele factor in onze relatie, ik ben de enthousiasteling, de impulsieve. Ik ben extravert en los. Ik breng leven in huis, en veel nieuws. Ik maak het graag gezellig, ik hou van warmte, als vrouw en als moeder. Ik denk dat Luc daarom van mij houdt, en omdat ik graag met hem vrij (lacht). Ik heb nooit hoofdpijn in bed.

Ook als moeder ben ik heel intens. Zoals elke werkende vrouw schipper ik tussen mijn werk en mijn privéleven, maar als ik er ben, ben ik er totaal. Ik heb een dochter van dertien, Josefien, die vindt dat ze heel goed met mij kan babbelen, dus met haar babbel ik veel. Milan is acht, die houdt enorm van ons voorleesbedritueel. Dus zorg ik dat ik zoveel mogelijk bij hem kan zijn bij het slapengaan. Jasper wordt achttien, hij gaat een jaar naar het buitenland en vindt dat hij te oud is om bemoederd te worden, dus die laat ik dan weer zoveel mogelijk met rust. Johanna is vijftien en houdt van kleren. Dus mag ze heel mijn garderobe uitproberen. Zo probeer ik al mijn kinderen te geven wat ze nodig hebben. Als je het hen zou vragen, zouden ze allemaal zeggen dat ik er te weinig ben. Maar daar doe ik geen toegevingen in.

Ik vind 45 een fantastische leeftijd. Ik heb ervaring die ik kan gebruiken en ik heb de energie om nieuwe dingen te doen. Ik zou niet anders willen bestaan. Ik ben nieuwsgierig naar de verhalen van mensen, dat zal altijd zo zijn. Ik haal alles uit het leven wat erin zit, ik wil blij zijn met alle dingen die ik gedaan heb. Ik wil niet praten, maar doen. Liever proberen en mislukken dan de tijd kniezend of mopperend aan je laten voorbijgaan. Die instelling wil ik ook aan mijn kinderen meegeven, dat ze met passie leven, op alle vlakken. Want dat is waar mensen uiteindelijk naar op zoek zijn, naar intensiteit, naar het gevoel dat je iets gedaan hebt met wat je hebt gekregen.


Welkom bij Clubs!

Kijk gerust verder op deze club en doe mee.


Of maak zelf een Clubs account aan: